Toneelvereniging ODI

  • 6741419723_2c16bb79ee_s.jpg
  • 6741420391_e3a827f179_s.jpg
  • 6741421489_ffd0d3be59_s.jpg
  • 6741421697_7802fe1010_s.jpg
  • 6741422367_8c08e41d12_s.jpg
  • bedgeheimen1.jpg
  • bedgeheimen2.jpg
  • bedgeheimen3.jpg
  • bedgeheimen4.jpg
  • dsc_0077.jpg
  • dsc_0093.jpg
  • dsc_0228.jpg
  • dsc_0336.jpg
  • najaar 2.jpg
  • najaar 3.jpg
  • najaar 4.jpg
  • najaar 5.jpg
  • sottendag.jpg
  • terras st joris.jpg
  • toneel_odi_1.jpg
  • toneel_odi_2.jpg
  • toneel_odi_3.jpg
  • toneel_odi_4.jpg

      

EN ZO IS HET GEKOMEN (door Thea Hulsebosch)

Article Index

Cursussen volgen 

Een toneelvereniging zonder werkplek begint niets. Voor decors maken heb je de ruimte nodig. Van de vele lokaties stelde Wim Heemskerk aan de Leidsevaart, in 1983 ruimhartig enige ruimte ter beschikbaar. Dat werd niet alleen gebruikt voor het decor maar kon ook gebruikt worden bij deelname aan de mozaïekwedstrijden. Onder voorzitterschap van Dirk Witteman werd daar een nieuw decorsysteem ontworpen met een stalen constructie. Dat zou in de toekomst veelvuldig gebruikt gaan worden.

In de daarop volgende jaren begon O.D.I. zich heel dynamisch te ontplooien. De leden werden gestimuleerd cursussen te volgen waaraan velen gehoor gaven. Zij volgden een cursus komediespelen, belichting, grime en regie. Ook werd er deelgenomen aan het Courtelineprojekt.(spelers uit verschillende verenigingen speelden stukken van de Franse schrijver Courteline. Tevens werd medewerking verleend aan de examenfilm ‘De gelukkige vuilnisman’, welke later op TV is uitgezonden.

In 1986 maakte Het Noordwijkerhouts Weekblad melding van een voorbereidende regie cursus in de Schelft waarvan O.D.I. medeorganisator was. Er schreven tien verenigingen in. Bij O.D.I. zelf waren er zeker acht leden die deze uitdaging wel zagen zitten. Na afloop van deze tien lessen, schreven zich vier leden in voor een erkent driejarige opleiding regisseur amateur toneel Hiervoor moesten zij elke week naar Den Haag en later zelfs hele weekeinden. Dat bleek uiteindelijk voor de meeste, naast werk en gezin, een té grote belasting. Slechts één zou doorgaan en zich uiteindelijk ‘gediplomeerd regisseur amateurtoneel’ noemen.

Een van de voorwaarden tijdens deze studie, was het regisseren van een toneelstuk onder begeleiding van de docenten. Dit bleek een moeilijk gegeven voor de regisseur van O.D.I. die de voorkeur gaf aan het zelf begeleiden van de cursisten. Hij kon zich er niet in vinden en stapte op. Jammer, want hij had er al heel wat jaren bij O.D.I. opzitten. Maar O.D.I. had geen tijd om te treuren er moest gewerkt worden. De nieuwe regielichting werd hierdoor onmiddellijk voor de leeuwen gegooid maar liet zich niet uit het veld slaan. Zowel Lida Hekker als Marijke Krüse en Patriez Hulsebosch stapten vol goede moed en frisse ideeën in de rol van regisseur, terwijl Thea Hulsebosch zich uiteindelijk niet geroepen voelde om te gaan regisseren.

Gezien het succes van de kinderstukken, had O.D.I. dit in haar jaarplanning opgenomen. Het uitzoeken van een geschikt stuk viel niet altijd mee. Een verrassing bleek ‘De Prinses en de Robot’ te zijn. Na afloop kregen de leden te horen dat dit geschreven was door een eigen lid en regisseur: Lida Hekker die dit had geschreven onder het pseudoniem Bernardine Lensen. Drie jaar later schreef ook het niet-lid, Rob Korfage, een stuk voor de kinderen ‘Oma Haring en de Schat van de Blauwe Zaag’, geregisseerd door Jack Duivenvoorden.

Maar O.D.I. belandde hiermee niet in rustige wateren. Nieuw problemen doken op. De huisvesting kwam op losse schroeven te staan. De Gemeente had besloten een multicultureel centrum te gaan bouwen waar alle verenigingen hun repetities en uitvoeringen moesten gaan geven. Helaas was in de plannen geen rekening gehouden met toneelopvoeringen. Daar was O.D.I. niet blij mee. Het zou immers ook een flinke financiële aderlating betekenen. Er moest gepraat worden. En er ìs gepraat. De voorzitter is jaren bezig geweest om het vertrek uit de BAVO zolang mogelijk uit te stellen. Maar het afscheid van de St. Bavo was onafwendbaar. Met ‘Harry’s Nachtmerrie’ nam O.D.I. in maart 1990 met weemoed afscheid van de plaats waar zij zich zo had thuis gevoeld en alle ruimte kreeg die zij nodig had. O.D.I. werd uitgenodigd om voor de opening van de toneelzaal in De Schelft, een optreden te verzorgen. Het probleem zat in de datum 14 juli.. Er zijn maanden nrodig om een stuk in te studeren en er was pas in maart een opvoering geweest. De oplossing werd gevonden in de keuze van ‘Een beeld van een man’. Een stuk met doldwaze situaties waar O.D.I. acht jaar eerder volle zalen mee haalde. Hoewel niet alle spelers van de eerste keer beschikbaar waren, kreeg de regisseur Patriez Hulsebosch, lovende kritieken. Het Haarlems Dagblad schrijft hierover: “Voor de zoveelste keer heeft toneelvereniging O.D.I. bewezen van uitzonderlijk niveau te zijn”.

Met de overstap naar De Schelft begon O.D.I. aan een nieuwe episode. Toch heeft het nog wel een aantal jaren geduurd voor zij haar draai had gevonden. Om extra financiën binnen te halen werd een, in een eerder stadium afgewezen, voorstel goedgekeurd om deel te nemen aan de Grote Club Aktie. Bij haar veertig jarig jubileum kwam het voorstel om een grote productie te maken waarin voor alle leden een rol(letje) zou zijn weggelegd. Tevens zou het een feestelijke uitvoering moeten worden. Het werden weken van boekjes lezen, becommentariëren en wegleggen. Het leek een onmogelijke zoektocht. Op aanraden van Rein Turenhout werd besloten het boekje ‘Moeder zei altijd…’ eens op te vragen. Het bleek een goede keuze met veel mogelijkheden. Het speelt zich af op een Spaans vakantie oord. Om die sfeer zo dicht mogelijk te benaderen werd hiervoor Carmen Warmerdam-Gomez gevraagd voor de uitspraak. Ook zorgde zij voor een authentieke uitstraling van het decor. De entree kaartjes werden gemaakt als een vliegticket naar Costa del Sol. Met de toevoeging van Spaanse dansers werd het een compleet Spaans feest.

De overstap naar De Schelft leverde wel een probleem op. Hoewel de St. Bavostichting nog wel enige tijd onderdak gaf opslag werd dit gedoogd tot er iets anders gevonden zou zijn. De ruimtes lagen echter niet voor het oprapen. Uiteindelijk werd een onderkomen gevonden in een bollenschuur halverwege het Langeveld. Niet voor iedereen even prettig omdat er een lange donkere laan afgelopen moest worden. Men was echter allang blij dat er iets gevonden was. Hier bewees de decorgroep hun onschatbare waarde. Enorm veel uren werden gestoken om er een knusse ruimte van te maken. Lang hebben zij er niet van kunnen genieten. Na een schietpartij met dodelijke afloop rond de schuur nam het bestuur onmiddellijk een besluit. Met onmiddellijke ingang werd besloten te vertrekken.

Weer stond O.D.I. op straat. En weer werden er gesprekken gevoerd met de gemeente. Het resultaat was een tijdelijk onderkomen in de oude, verlaten brandweerkazerne. Intussen werd boven de sportzaal een ruimte gebouwd waarvan de ene helft voor De Kaninefaaten was en de andere zou voor O.D.I. kunnen worden. Na veel rekenwerk gaf de vergadering uiteindelijk haar fiat. Weer kwam er veel werk voor de decorgroep. Zij maakten van de zolder een eigen ruimte waar veelvuldig gebruik van wordt gemaakt. Zij hebben hun vaste wekelijkse verenigingsavond. Dan worden er plannen gemaakt en uitgevoerd. Geen opdracht is hen te moeilijk. Het is een groep harde werkers waar O.D.I. trots op kan zijn.

Dat O.D.I. haar gouden jubileum kan vieren, is voor een belangrijk deel te danken aan de mensen van het bestuur. Het enthousiasme van hen, en de vele vrijwilligers, hebben de vereniging groot gemaakt. In de loop der jaren is voor elk onderdeel een commissie in het leven geroepen, wat een goede constructie is gebleken. Alle verandering ten spijt, er is één ding niet veranderd. O.D.I. leden voelen zich als één grote familie. Misschien is dat wel het belangrijkste om te kunnen overleven.