Toneelvereniging ODI

  • 6741419723_2c16bb79ee_s.jpg
  • 6741420391_e3a827f179_s.jpg
  • 6741421489_ffd0d3be59_s.jpg
  • 6741421697_7802fe1010_s.jpg
  • 6741422367_8c08e41d12_s.jpg
  • bedgeheimen1.jpg
  • bedgeheimen2.jpg
  • bedgeheimen3.jpg
  • bedgeheimen4.jpg
  • dsc_0077.jpg
  • dsc_0093.jpg
  • dsc_0228.jpg
  • dsc_0336.jpg
  • najaar 2.jpg
  • najaar 3.jpg
  • najaar 4.jpg
  • najaar 5.jpg
  • sottendag.jpg
  • terras st joris.jpg
  • toneel_odi_1.jpg
  • toneel_odi_2.jpg
  • toneel_odi_3.jpg
  • toneel_odi_4.jpg

      

EN ZO IS HET GEKOMEN (door Thea Hulsebosch)

Article Index

Achter de schermen:

 

KAP/GRIMEGROEP

De grime groep, die begon met twee personen, is intussen uitgebreid en hun vaardigheid is door diverse instanties opgevallen. O.D.I. werd en wordt, regelmatig uitgenodigd bij evenementen. De jaarlijkse clowntjes dag tijdens de braderie is er daar één van. Evenals het schminken van slachtoffers tijdens brand-en E.H.B.O. oefeningen en het ‘dierenschminken’, bij HANO de laatste zondag voor tijdens dierendag. Het volgen van grime cursussen blijkt een creatieve hobby. Sinds enkele jaren zijn er ook wat extra activiteiten bijgekomen waarbij O.D.I betrokken is zoals Sprookjesdag (voorheen Prinsessendag) en Sottendag in het centrum van Noordwijkerhout tijdens de zomeractiviteiten

 

INSPECIENT/SOUFFLEUR

Een minder dankbare ‘rol’ is weggelegd voor de inspeciënt. In de beginjaren werd met elkaar geregeld welke attributen er nodig waren. Dan waren de zolders, kasten en huisraad van niemand van familie en vrienden meer veilig totdat het bewuste artikel gevonden was. Dat is trouwens nog steeds het geval. Hoe groter O.D.I. groeide hoe meer leden een rol kregen. Er was iemand nodig die de rekwisieten zou coördineren. Jarenlang werd dat gedaan door Bert den Elzen maar tegenwoordig wordt deze ‘rol’ ingecalculeerd bij het rollen verdelen. Toch blijft het een ondergeschoven kind terwijl het een klus is die enorm veel tijd en inventiviteit vraagt. Alle spelers dienen nagelopen en gecontroleerd te worden of ze hun attributen al hebben gevonden. Lukt het ze niet dan gaat de inspeciënt op zoek naar een oplossing. Een lijst met spelers en de bij hen behorende rekwisieten is daarbij een handig hulpmiddel. Daarnaast zorgt hij/zij tijdens de optredens dat die rekwisieten ook daadwerkelijk op het juiste moment op het toneel belanden. Dat is een slopend karwei als alle spelers nerveus achter het decor, zich klaar houden om ‘op’ te gaan. Bij het jubileumstuk van ‘Gouden Herinneringen’, wordt dit helemaal een hectische toestand omdat er met veel grote stukken gewerkt gaat worden en alle spelers in het stuk meedoen. Voor Marcia van Schooten, die deze rol op zich heeft genomen, is het een bijzondere uitdaging.

Voor de souffleur, geldt eigenlijk precies hetzelfde. Zij/hij is op elke repetitie onmisbaar. Zij/hij kan geen enkele keer gemist worden en is een rots in de branding als de nerveusiteit ten top stijgt. Kunt u zich voorstellen dat zó iemand ‘vergeten’ wordt? Toch is dat, hoewel slechts één keer, gebeurd. In de tijd dat er nog met een souffleurshokje werd gewerkt. Weet u het nog? Zo’n grote bult middenvoor op het toneel? Daar kom je echt niet alleen uit. Daar heb je minstens twee personen voor nodig om je er uit te trekken. Maar wat doe je als ze allemaal in de pauze naar hun glaasje fris gaan en jou laten zitten? Of was het een plagerijtje? Maar weest u gerust. Het hulpgeroep is gehoord!! Sinds 2007 zit de souffleur niet meer onder het toneel maar achter een gordijn op ooghoogte met de spelers, maar ze moet dan wel zacht fluisteren, want de microfoons pikken alles op...

 

P&P (PERS & PROPAGANDA)

In de zeventiger jaren kwamen er vragen om tussentijdse informatie. De jaarvergadering en ledenvergadering bleken niet meer genoeg. Aad Middelkoop begon met een nieuwsbrief. Na drie jaar nam Lida Hekker de uitdaging aan en nam het van hem over. In samenwerking van (toen nog geen lid zijnde), Thea Hulsebosch, werd een eigen lay-out ontworpen, hoewel dat woord toen nog niet werd gebruikt. Er werd gezocht naar een vorm die niet meteen bij het oud papier zou belanden. Technisch het meest eenvoudig te realiseren, was een vorm die geïnspireerd was op Joviaal. (Het blad van de katholieke kerken in Noordwijkerhout). De tekeningen werden geëtst door Marijke Rodenburg. Er werd gebruik gemaakt van een oude stencilmachine.

Er brak een tijd aan van zwarte inkt. Overal inkt, op de handen, de kleren, de tafel maar gelukkig ook op het papier. Vaak met inzet van de hele familie. Met ingang van de vijfde jaargang werd, op verzoek, overgestapt op een ander uiterlijk. Er werd gestreefd naar vijf, zes uitgaven per jaar.

In 1980 kwam de eerste gedachte voor een uitgave voor de donateurs. Dat zou kunnen verschijnen vlak voor een uitvoering. Hoewel dit slechts twee keer per jaar was, gaf dat tegen de tijd van uitvoeringen een extra belasting. Het enthousiaste duo had zich inmiddels nog veel meer drukwerk op de hals gehaald. Het draaiboek kwam in een echt ‘mini’boekvorm. Voor ieder onderdeel een eigen bladzijde met genoeg ruimte voor eigen notities.

Een grote verbetering was de aanschaf van een elektrische schrijfmachine met brede wagen maar vooral de Océ offset machine, welke veel meer mogelijkheden gaven.. De tijd van smerige handen en andere ellende waren nu voorbij….dachten ze! Vooral in het begin waren er liters inktoplosser nodig om zwarte vegen en handen te verwijderen. Het bleven per slot van rekening amateurs. Veel steun en hulp kreeg men in die tijd van de toenmalige Katwijkse Lichtdrukkerij Mijs, welke onontbeerlijk was als de machine weer eens was vastgelopen of de inkttoevoer niet werkte zoals het zou moeten. De lay-out werd gewijzigd, er kon met dikker papier worden gewerkt waardoor ook betere kaften konden worden gedrukt. Daarnaast werden de donateurskaarten en programmaboekjes, rondschrijvens, jaarverslagen etc., in eigen beheer genomen. Ter voorkoming van stress werd een jaarschema gemaakt. Dit hield in dat één middag per week, soms ook de avond, gereserveerd werd voor redactie werk.

Tot dan toe was het illustreren gedaan via plak en knipwerk maar met de komst van Piet Bakker, bij het redactieteam, als illustrator, was een groot probleem opgelost. Van zijn hand is ook het ontwerp van, het jarenlang gebruikte, bezemmannetje met emmer welke gebruikt werd op de affiches. Nu er een goede tekenaar was durfden ze het ook aan om eigen kerstkaarten te ontwerpen, maar gezien de tijd en energie die nodig waren in deze toch al drukke tijd, heeft dit niet lang stand gehouden. Het is wel gebeurd dat op Kerstzaterdag, 24 december het kerstnummer voor de leden pas klaar was en nog moest worden rond gebracht. Hoezo, hobby? Omdat het een hobby moest blijven kwam er een oproep voor medewerking voor het vouw- en nietwerk. onder hen, die reageerden, was Corry van Gijlswijk, die later ook het typewerk zouden overnemen.

Met de komst van Dirk Witteman als voorzitter, was niet alleen de hoeveelheid drukwerk gestegen ook werd de naam redactie vervangen door P + P (Pers & Propaganda) Er werden immers ook redactionele stukjes voor de kranten geschreven. Een korte naam voor een veelomvattende taak. In het negende ODI-Varia jaar kwam verandering in de samenstelling van P + P. Piet en Thea moesten node door drukke werkzaamheden opzeggen. Voor de verslagen in de krant werd de redactie van huis-aan-huisbladen benaderd. Met correspondenten als Jacq Looijenstijn voor de Noordwijkerhouter en Thea Ter Heide Vrolijk bleef O.D.I. in de kijker. Hulp kwam van Mary van Leeuwen die, bij gebrek aan een tekenaar, het knip en plakwerk voor haar rekening nam. Andere leden kwamen en gingen om de helpende hand te bieden waardoor het echt een blad van en voor de leden werd. In de tiende jaargang nam Lida afscheid, er van overtuigt dat het goed zou zijn als anderen, vol frisse ideeën, het over namen. Met Aad Duivenvoorde als coördinator werd, samen met nog twee jonge techneuten, met de offset machine geëxperimenteerd maar uiteindelijk werd een nieuwe techniek ontdekt. De kopieërmachine. Niks plakken en knippen. Foto’s rasteren, plaatje er onder, klaar! De kant en klaar lay-out werd bij een familielid gebracht die het geheel professioneel afleverde. Niks geknoei meer met inkt.

In het seizoen 1990-1991 werd een computer en printer aangeschaft wat het uitwerken van notulen, verslagen en brieven een stuk vergemakkelijkte. O.D.I. ging met haar tijd mee. Na vijf jaar moest ook Aad Duivenvoorden afscheid nemen en werd het werk in januari 1992 overgenomen door Wilma Passchier die samen met Natacha Hulsebosch en Loek den Elzen de redaktie op zich nam totdat Mary van Leeuwen, die er een poosje uit was geweest, met behulp van Chris van Leeuwen de coördinatie op zich nam. Intussen bestaat het P+P team uit deze twee, versterkt door Marcia van Schooten, Joke Heineman en wordt het drukwerk verzorgd door Bert den Elzen jr. Daarbij kunnen ze nog steeds rekenen op Corry van Gijlswijk. Na Gerard de Winter is van 2006 tot 2016 de P&P in handen van Sebastiaan Duivenvoorde die het stokje weer heeft overgegeven aan Chantal Witteman.

Dat O.D.I. met haar tijd meegaat blijkt wel dat ook het nieuwe medium “Internet” inmiddels is ingeschakeld. Naast een mooie website en nieuwsbrieven over de e-mail, worden ook de sociale media zoals Facebook en Hyves en You Tube gebruikt.

 

GELUID- EN LICHTREGIE:

Dit is een hoofdstuk apart. Geluiden tijdens een voorstelling werden in de beginjaren handmatig gedaan. Het licht waren de lampen die er al hingen. In de loop der jaren hebben zich echter ook op dit gebied heel wat veranderingen voor gedaan. De aanschaf van een bandrecorder was een van de eerste technische hulpmiddelen. Hiermee kon het geluid van bijvoorbeeld, natuurelementen, telefoon, knarsend grind etc. worden gerealiseerd. Een van de laatste aanwinsten is een volglicht waarmee een enkele speler, tot in elke hoek, gevolgd kan worden. Vaak wordt door de technici, zelf een licht-en geluidplan uitgedokterd, welke later met de regisseur wordt kort gesloten. Andere regisseurs komen met een uitgewerkt plan waar dan mee aan de slag wordt gegaan.

Als je nu, tijdens de voorstelling, in het regie hokje komt is het onbegrijpelijk dat men het ooit zonder heeft moeten doen. Bij het plannen maken voor het Gouden Jubileum werd door Raimon Spigt hedendaagse technieken voorgesteld om te gebruiken. Een nieuwe uitdaging voor de technici. In de jaren hierna heeft de techniekvereniging steeds inversteringen gedaan in nieuwe techniek. De vereniging is in het bezit van voldoende lampen, een dimmerkast (met DMX aansluiting) en een licht- en geluidsschuiventafel met CD spelers en toebehoren om een stuk helemaal zelf uit te lichten en te versterken. Door alles in handige karren te monteren en op te bergen kunnen de spullen veilig worden vervoerd en zo weer opgebouwd.